|
|
|
In dit hoofdstuk gaan we in op het inenten van gewone "consumptie-"varkens.
In het hoofdstuk "Entadvies
minivarkens" gaan we meer in op het inenten van varkentjes
gehouden als hobbyvarken.
Er zijn 3 categorieën van opportuniteit:
-
Categorie A : wettelijk gereglementeerd
-
Categorie B : algemeen aanbevolen
-
Categorie C : enkel aanbevolen in
bepaalde omstandigheden
-
Ziekte van Aujeszky
(cat. A):
Vaccinatie verplicht! (is niet meer
verplicht sinds 2008 in Wallonie & Nederland.)
-
enkel gE-negatieve deletievaccins
-
moeten door dierenarts geregistreerd
worden in vaccinatierapport
-
te volgen schema:
zeugen en beren in productie :
- geïnactiveerd vaccin : 2 x/jaar (min. 5 maanden tussen)
- levend verzwakt vaccin : 3 x/jaar (min. 3 maanden tussen)
- bij elke beurt alle aanwezige zeugen en beren enten
aangevoerde fokvarkens: 2 x enten tijdens quarantaine
- enten bij aankomst
- tweede enting vier weken later
vleesvarkens:
- eerste enting op de leeftijd van 10 à 12 weken
- tweede enting 4 weken later
opfokzeugen:
- eerste enting op de leeftijd van 10 à 12 weken
- tweede enting 4 weken later
- derde en vierde enting voor eerste dekking met 4 weken tussenpauze
-
Vlekziekte:
-
beren (cat. B):
- op alle bedrijven
- 2 entingen met 2-4 weken tussen vanaf 3 maanden leeftijd (vóór inzet
dekdienst, liefst op herkomstbedrijf)
- nadien halfjaarlijkse herenting
-
zeugen (cat. B):
- op alle bedrijven
- 2 entingen met 2-4 weken tussen vanaf 3 maanden leeftijd en vóór
eerste dekking
- nadien herentingen om de 6 maanden
-
Parvovirus (cat.
B):
-
op elk bedrijf bij eerstelingszeugen
dubbele enting (4 weken tussen)
-
eerste enting niet voor 6 maanden
leeftijd
-
voor blijvende bescherming :
jaarlijkse herenting bij oudere zeugen aanbevolen
-
enten van beren is aanbevolen om
virus-uitscheiding te beperken
-
Influenza of
varkensgriep:
-
fokvarkens (cat. B):
- aanbevolen bij jonge fokvarkens (beren en zeugen)
- basisenting : dubbel met 4 weken tussen
-
vleesvarkens (cat. C):
- dubbel met 4 weken tussen (10 en 14 weken)
- vaccinatie beschermt tegen H1N1 en H3N2 subtypes. Enten bij opzet is
soms te laat voor infecties kort na opzet (meestal slechts één
subtype), maar kan wel beschermen tegen infecties (eventueel met het
tweede subtype) in de latere mestperiode.
-
Neonatale E.
coli-diarree (cat. B voor primipare zeugen; cat. C voor oudere zeugen):
-
enten van zeugen kan helpen om E.
coli-diarree bij pasgeboren biggen te bestrijden
-
enten tijdens de dracht:
- basisenting : dubbel met 3 tot 6 weken tussen
- herentingen tijdens iedere dracht, 3 tot 6 weken vóór werpen
-
Atrofische rhinitis
(cat. C):
-
op probleembedrijven, bedrijven die
heropstarten of sterk uitbreiden
-
zeugen:
- basisenting : dubbel met 2 à 6 weken tussen
- herentingen tijdens de dracht (2 à 6 weken vóór werpen)
- eerste enting op probleembedrijven best in groep
-
Actinobacillus
pleuropneumoniae (cat. C):
-
Mycoplasma
hyopneumoniae (cat. B):
-
Porcien
reproductief en respiratoir syndroom (PRRS) (cat.
C):
-
ter controle van
ademhalingsaandoeningen bij vleesvarkens - biggen enten vanaf leeftijd
van 3 weken
-
op bedrijven met
vruchtbaarheidsproblemen: zeugen enten tijdens de lactatie om
immuniteitsniveau op peil te houden en jonge zeugen enten in
quarantaine één maand voor dekking
-
niet vaccineren op seronegatief
bedrijf wegens spreiden vaccinvirus
Last
update:
08/01/2008 |
|
|